Samenwerking met informele organisatie biedt kansen en dilemma’s

Gemeenten die met informele organisaties willen samenwerken om jongeren ‘buiten beeld’ weer ‘in beeld’ te krijgen, moeten er rekening mee houden dat deze organisaties niet op dezelfde manier werken als de overheid. Informele organisaties trekken hun eigen plan. De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) heeft de dilemma’s van deze samenwerking in opdracht van Team Aanpak Jeugdwerkloosheid beschreven in een essay.

'Informele organisaties'

Jongeren ‘buiten beeld’ zijn jongeren die niet naar school gaan, niet werken en geen uitkering ontvangen. Omdat ze niet ingeschreven staan als werkzoekend, is het voor gemeenten moeilijk om ze te bereiken. ‘Informele organisaties’ zoals sportscholen, moskeeën, kerken, buurtcentra, buurtkappers en rolmodellen in de eigen buurt hebben vaak veel meer contact met deze jongeren.

Pilots Aanpak Jeugdwerkloosheid om jongeren in beeld te krijgen

Om samenwerking van gemeenten met informele organisaties te stimuleren lopen bij Team Aanpak Jeugdwerkloosheid de pilot Sociale Kaart en de pilot Training voor vrijwilligers. Op een sociale kaart staan de informele organisaties die de gemeenten kunnen helpen bij het in kaart brengen van jongeren ‘buiten beeld’. Bij de pilot Training voor vrijwilligers trainen het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) en de stichting Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT) vrijwilligers zodat jongeren buiten beeld beter bereikt en begeleid kunnen worden naar werk.

Zien, lezen, helpen. Over het bereiken van jongeren buiten beeld

In het essay ‘Zien, lezen, helpen. Over het bereiken van jongeren buiten beeld’, schrijven de opstellers dat een dergelijke samenwerking vruchten af kan werpen, maar dat de overheid zich wel moet realiseren dat deze organisaties ook echt ‘informeel’ zijn. Hun aanpak en benadering komt voort uit de eigen ervaring in de praktijk en ze houden geen rekening met wat de overheid daarvan vindt.

Effect van hulp is op langere termijn pas te zien

Het gevolg is dat zaken als verantwoording, meerwaarde, effectiviteit en communicatie anders werken bij informele organisaties. Het effect van hulp aan jongeren bijvoorbeeld, is vaak pas op lange termijn te zien, zo stellen de organisaties zelf. Wat daarbij exact de bijdrage is geweest van de informele organisatie, is lastig terug te leiden en voor de informele organisatie ook van minder groot belang.

Welke waarde voegt samenwerking met informele organisatie toe?

Dat betekent niet dat de opbrengst van de samenwerking niet zichtbaar gemaakt hoeft te worden. Het is belangrijk dat informele organisaties nadenken over welke waarde ze toevoegen en hoe ze die waarde inzichtelijk maken, zeker als ze werken met publieke middelen waarover verantwoording moet plaatsvinden. Informele organisaties kunnen zelf een waardering ontwikkelen die bij hen past. De overheid kan die vorm een plek geven in de eigen systematiek.

Informele organisaties kunnen 'nu' helpen

Jongeren, informele organisaties en overheden hebben ook vaak een ander begrip van tijd. Kwesties bij jongeren spelen ‘nu’;  de jongeren leveren in het moment. Het moment dat er acuut iets moet gebeuren, creëert momentum: de jongere staat nu even open voor respons. De overheid kan dan vaak niet meteen reageren, omdat het zich moet houden aan bepaalde procedures. Als het verzoek te lang ‘in behandeling’ is, verdwijnt de jongere mogelijk (weer) uit beeld. Door met informele organisaties afspraken te maken over wat zij voor de jongere kunnen doen terwijl de procedure nog loopt, kan het momentum worden benut, zonder dat de overheid te snel, slordig en onzorgvuldig moet werken.

Samenwerking met rijke, betekenisvolle en onverwachte uitkomsten

Een volledig sluitende oplossing om jongeren buiten beeld, in beeld te brengen, is er niet, zo stelt de NSOB. De overheid kan het thema van informele organisaties en onzichtbare jongeren alleen benoemen en agenderen als zij bereid is te accepteren dat zij de problemen nooit volledig zal begrijpen. ‘Ondanks dat de overheid dit beleidsprobleem nooit helemaal zal vatten –en dat ook niet moet willen – kan deze aanpak ook tot rijke, betekenisvolle en onverwachte uitkomsten leiden.’