Bestuurlijke afspraken en inventarisatie knelpunten jongeren zonder startkwalificatie

Jongeren zonder startkwalificatie, als gevolg van beperkingen of voortijdige schooluitval, hebben een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Deze jongeren zijn twee keer zo vaak werkloos als jongeren met een startkwalificatie. Tijdens de economische crisis steeg de werkloosheid onder hen relatief snel. In de jaren daarna profiteerden zij in mindere mate van de aantrekkende werkgelegenheid. Zij hebben een grote uitkeringsafhankelijkheid; bijna de helft van het aantal jongeren met een werkloosheidsuitkering heeft geen startkwalificatie en de groep is oververtegenwoordigd in de bijstand. Daarnaast is een deel van hen buiten beeld voor bemiddeling naar werk; zij lijken zich te hebben teruggetrokken van de arbeidsmarkt (hebben geen werk en zoeken geen werk). Deze jongeren hebben vaak in hun leven al veel teleurstellingen meegemaakt, zijn het vertrouwen in de overheid kwijt geraakt, zijn moeilijk te bereiken en te activeren/motiveren en kampen nog al eens met meerdere problemen zoals schulden of een zorgbehoefte. Gaan jongeren zonder startkwalificatie aan het werk dan is dat vaak op flexibele basis en wordt er weinig geïnvesteerd in het verder versterken van de arbeidsmarktpositie door bijscholing of informeel leren. Hun positie op de arbeidsmarkt zal in de toekomst eerder verslechteren dan verbeteren als gevolg van polarisering en flexibilisering.

Bestuurlijke afspraken

Voor jongeren met een beperking is er de afgelopen jaren veel veranderd met de decentralisaties en de transities in het sociale domein: de invoering van het Passend Onderwijs, de WMO, de nieuwe Jeugdwet en de Participatiewet. Voor jongeren die op grond van de Participatiewet vallen onder de doelgroep loonkostensubsidie/ banenafspraak en de doelgroep beschut werk zijn in de Participatiewet waarborgen opgenomen voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling. De gemeente heeft een wettelijke taak, specifieke instrumenten (loonkostensubsidie, jobcoach, beschut werk), de verplichting deze in te zetten en krijgt budget via het Inkomensdeel (uitkeringen en loonkostensubsidie), de integratie-uitkering sociaal domein (begeleiding) en voor uitvoeringskosten.

Voor jongeren zonder startkwalificatie als gevolg van voortijdige schooluitval zijn er minder waarborgen opgenomen in wet- en regelgeving. Voor hen is geen sprake van een sluitend vangnet. Als eerste stap richting een sluitend vangnet hebben de ministers Asscher en Bussemaker eind 2015 aan de coördinerend wethouders Aanpak Jeugdwerkloosheid en de wethouders Onderwijs gevraagd om bestuurlijke afspraken te maken om deze jongeren in beeld te brengen en te matchen op een (leerwerk)baan. Begin 2016 hebben de regio’s 27.500 jongeren tussen 18 en 23 jaar die geen startkwalificatie hebben, geen opleiding volgen, niet werken en geen uitkering ontvangen in beeld gebracht door bestanden te koppelen. Daarnaast heeft minister Asscher de Participatiewet aangepast, zodat vanaf 2017 ook jongeren zonder startkwalificatie van 23 tot 27 jaar in beeld gebracht kunnen worden door bestandskoppeling om gematcht te worden op een (leerwerk)baan. Op basis van het aantal in beeld gebrachte jongeren en hun persoonlijke situatie hebben regio’s in september ambities geformuleerd over het aantal jongeren dat ze willen matchen op werk. Regio’s hebben de ambitie opgenomen in zowel het regionale plan van aanpak jeugdwerkloosheid (looptijd tot medio 2017) als in het 4-jarige regionale programma voortijdig schoolverlaten.

Inventarisatie knelpunten

Het maken van bestuurlijke afspraken is een eerste stap richting een meer sluitend vangnet voor jongeren zonder startkwalificatie. Maar voor de lange termijn is meer nodig. De ministers Asscher en Bussemaker hebben de Tweede Kamer eind 2015 in hun brief over de Aanpak Jeugdwerkloosheid toegezegd te inventariseren welke beleidsaanpassingen nodig zijn om te komen tot een sluitend vangnet voor deze jongeren. Hiertoe zijn knelpunten geïnventariseerd die gemeenten ervaren bij het op weg helpen van jongeren zonder startkwalificatie naar leren, werken of een combinatie daarvan, waarbij 'zorg' aan de orde kan zijn als middel om voorgaande doelen te bereiken. Dit is gebeurd in samenwerking met de G32 en de G4, zoals afgesproken  in het bestuurlijk overleg in juni 2016 van de G32 met minister Bussemaker en staatssecretaris Klijnsma.

Handreiking

Een deel van de knelpunten kan in de praktijk worden aangepakt. Deze zijn opgenomen in een handreiking bestemd voor de uitvoering waarin het beleidskader en mogelijke oplossingen, waaronder praktijkvoorbeelden, worden beschreven. Over de handreiking worden gemeenten via de Verzamelbrief van SZW geïnformeerd. Ook zijn Divosa en Ingrado gevraagd om de handreiking onder de aandacht van hun leden te brengen.

Appèl op nieuw kabinet

Een deel van de knelpunten is meer fundamenteel van aard en vraagt om nadere analyse en politieke besluitvorming. Het betreft knelpunten aan de zijde van gemeenten (zoals het ontbreken van een financiële prikkel en alternatieve waarborgen in wet- en regelgeving om jongeren zonder startkwalificatie als gevolg van voortijdige schooluitval te ondersteunen bij arbeidsinschakeling), onderwijs (onvoldoende mogelijkheid tot maatwerk, zoals flexibele instroommomenten of het combineren van een opleiding met een deeltijdbaan of zorgtaken) en werkgevers (onvoldoende BBL-leerbanen en een gebrek aan nieuwe vormen van praktijkleren en deelcertificaten).

Deze knelpunten zijn besproken tijdens de wethoudersconferentie op de Slotdag van de WerkWeek Matchen op werk. Daarbij waren aanwezig: wethouders uit het hele land, minister Bussemaker, staatssecretaris Klijnsma, Ton Heerts (voorzitter MBO Raad) en Michaël van Straalen (voorzitter MKB Nederland). De maatschappelijke urgentie om deze groep aan de slag te helpen werd breed gedeeld. Alle partijen gaven aan: we moeten samen werken aan oplossingen. Dus ook samen optrekken bij de uitwerking van het voorstel van de MBO Raad voor een Perspectiefjaar en de adviezen van de SER over praktijkleren (zie hieronder). Zij doen hiermee ook een appèl op het volgende kabinet.

MBO Raad stelt Perspectiefjaar voor

Tijdens de wethoudersconferentie lanceerde Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad, het idee voor een Perspectiefjaar. De MBO Raad wil dat jongvolwassenen die structureel op achterstand staan met een combinatie van werken en leren, intensieve begeleiding en een vorm van inkomensvoorziening, toewerken naar duurzaam werk en inkomen. Staatssecretaris Klijnsma gaf aan dat overheid, onderwijs en werkgevers samen moeten optrekken voor jongeren zonder startkwalificatie, dus ook samen het gesprek moeten voeren over het voorstel van de MBO Raad.

SER adviseert over BBL

Voor jongeren zonder startkwalificatie kan de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) in het mbo een belangrijke route naar werk en diploma vormen, maar het aantal BBL-leerbanen is de afgelopen vijf jaar bijna gehalveerd. De Sociaal Economische Raad (SER) noemt in haar advies van oktober 2016 de economische crisis en demografische ontwikkelingen (meer jongeren gaan naar het hoger onderwijs) als verklaring voor de daling, maar stelt ook dat de BBL lijdt onder een negatief imago. De SER pleit onder meer voor betere voorlichting, meer ruimte voor hybride vormen van beroepsonderwijs tussen bedrijven en scholen en betere regionale samenwerking tussen scholen. De SER komt in het voorjaar van 2017 met een vervolgadvies.