Code of conduct voor een betere regionale samenwerking

Jaarlijks starten 150.000 studenten in het mbo. Zij komen uit het voortgezet onderwijs, wisselen van opleiding of zijn zij-instromer. Zij-instromers zijn bijvoorbeeld jongeren die zijn uitgevallen op school en onder begeleiding van de gemeente terug willen naar school. Bij gemiddeld 8.000 jongeren per jaar verloopt deze overstap niet goed. Zij vallen tussen wal en schip. Het is niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor deze jongeren: het voortgezet onderwijs, de mbo-instelling of de gemeente. Jongeren die het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie hebben een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt.

Code of conduct

In het najaar van 2016 is het wetsvoorstel ‘aanmelddatum en toelatingsrecht mbo’ aangenomen door de Eerste Kamer. Het doel van dit wetsvoorstel is om de overstap van jongeren naar het mbo goed te laten verlopen en daarbij de positie van de student te versterken. Om dit te bereiken introduceert de wet (naast studiekeuzebegeleiding, het vervroegen van de aanmelddatum en introductie van het toelatingsrecht) de Code of conduct.

De koepelorganisaties VNG, MBO Raad, VO-raad, PO-Raad en Ingrado hebben in afstemming met de ministeries van OCW en SZW de Code of conduct opgesteld. Dit is een checklist waarmee het voortgezet onderwijs, de mbo-instelling en gemeenten op regionaal niveau een sluitende aanpak kunnen maken. Het doel is om jongeren bij de overstap naar het mbo in het vizier te houden, te ondersteunen bij hun studiekeuze én te begeleiden naar (passend) onderwijs, werk, zorg of een combinatie hiervan.

Begeleiding bij het vinden van BBL-leerbaan

Team Aanpak Jeugdwerkloosheid is betrokken bij de Code of conduct. Allereerst, omdat we zien dat voor jongeren de BBL een goede manier is om werken en leren te combineren. Dat geldt zeker voor jongeren die beter leren in de praktijk dan in de schoolbanken en voor al wat oudere jongeren. Lang niet alle jongeren kunnen echter zelfstandig een BBL-leerbaan vinden. De Code of conduct zorgt ervoor dat jongeren bij de overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo begeleiding krijgen bij het vinden van een leerwerkplek. Hiermee wordt voorkomen dat jongeren uitvallen en buiten beeld raken. Ten tweede draagt de Code of conduct bij aan samenwerking tussen gemeente en de mbo-instelling, waardoor het beter mogelijk wordt om als zij-instromer te starten in het mbo.

Gebruik door de regio

De Code of conduct kan door het voortgezet onderwijs, mbo-instellingen en gemeenten op verschillende manieren worden gebruikt. Regio’s die al een sluitende aanpak hebben, kunnen de code gebruiken om bestaande afspraken te evalueren. Regio’s die nog geen sluitende aanpak hebben, kunnen de code gebruiken om samenwerking en planvorming op gang te brengen. Ook kan de code gebruikt worden om de behoeften, wensen en mogelijkheden van jongeren bij de overstap in kaart te brengen. De code kan aansluiten bij en integraal onderdeel vormen van de regionale aanpak voortijdig schoolverlaten, het beleid voor jongeren in een kwetsbare positie, de verzuimagenda’s en de Aanpak Jeugdwerkloosheid. De Code of conduct komt medio 2017 beschikbaar. Hierover worden gemeenten via de Verzamelbrief voor gemeenten van het ministerie van SZW geïnformeerd.